Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014

Onder 3.6 Hoge Raad 21 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:397.

Art. 3 lid 2 (oud) Iw 1990 – en thans art. 4:124 Awb – brengt niet mee dat voor de uitoefening van privaatrechtelijke bevoegdheden door de Ontvanger andere regels gelden dan uit het privaatrecht voortvloeien (vgl. ook de passage uit de parlementaire geschiedenis aangehaald in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.24). Dit betekent dat voor een door de Ontvanger ingestelde vordering tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige daad – tegen de belastingschuldige of tegen een derde als [eiser] – de verjaringsregels van het Burgerlijk Wetboek gelden (art. 3:306 e.v. BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/176f7036a884f26d39d9fd3d0641ce1f5c6e9e04c8901a010747176af38431fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 176f7036a884f26d39d9fd3d0641ce1f5c6e9e04c8901a010747176af38431fb, en de alinea staat in dat document op bytes 16592 tot 17196.