Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014
Onder 3.4. Hoge Raad 21 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:413.
Partijen hebben zodoende kennelijk het oogmerk om met enige snelheid een einde te maken aan hun geschil, waarbij voorop staat dat zo spoedig mogelijk in rechte komt vast te staan welk recht van toepassing is op hun huwelijksvermogensregime. Zij hebben – zo begrijpt het hof – met hun verzoek aan het hof beoogd een overeenkomst te sluiten als bedoeld in artikel 329 Rv. Een beslissing over het toepasselijk recht, zo is wel duidelijk, heeft verstrekkende gevolgen voor het verloop van het geschil én voor de mogelijke uitkomst daarvan. Bij de toepasselijkheid van Nederlands recht is immers – daarover zijn partijen het eens – sprake van een algehele gemeenschap van goederen, terwijl dit bij de toepasselijkheid van Israëlisch recht niet het geval is. Indien het hof de vrouw zou houden aan de wettelijke beroepstermijn, dan zou dat aldus in hoge mate indruisen tegen de wensen van partijen, onder meer hun wens dat het hof de zaak ten gronde afdoet, en tegen hun gerechtvaardigde belangen. De strikte handhaving van de beroepstermijn moet in dit geval dan ook wijken voor de belangen van partijen. Het hof vindt in de omstandigheden van dit geval aanleiding om de vrouw ondanks de – overigens relatief geringe – termijnoverschrijding te ontvangen in haar hoger beroep.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68e6269f2dafba4325d2f5b881d7ea217947522bf503c248a264e266dacb5a84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68e6269f2dafba4325d2f5b881d7ea217947522bf503c248a264e266dacb5a84, en de alinea staat in dat document op bytes 12855 tot 14168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68e6269f2dafba4325d2f5b881d7ea217947522bf503c248a264e266dacb5a84 | shasum -a 256