Citaat | Hoge Raad 28 februari 2014
Onder 3.4.3 Hoge Raad 28 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:440.
Nu niet is gebleken van steekhoudende bezwaren tegen de redelijke toepassing van art. 480 Rv op dit geval, maakt het hof het voorlopig oordeel in rov. 2.31 van het eerste tussenarrest tot een definitief oordeel (rov. 2.6-2.7). KBC dient te worden aangemerkt als pandhouder wiens recht door de executie is vervallen (480 Rv) (rov. 2.9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdeb3e6898b36bedd3cc7b287663c3f7f4ee786417380df402d904ab5a7d7b65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdeb3e6898b36bedd3cc7b287663c3f7f4ee786417380df402d904ab5a7d7b65, en de alinea staat in dat document op bytes 17700 tot 18049.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdeb3e6898b36bedd3cc7b287663c3f7f4ee786417380df402d904ab5a7d7b65 | shasum -a 256