Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 2.2.1. Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:466.

Als getuige in de zaak van de medeverdachte heb ik mij zojuist beroepen op het mij toekomende verschoningsrecht. De voorzitter heeft mij voorgehouden dat ik hier ben in de hoedanigheid van verdachte en gelijktijdig in de hoedanigheid van getuige en dat vragen over de ten laste gelegde feiten aan mij niet afzonderlijk als verdachte respectievelijk getuige zullen worden gesteld. Ik beroep mij daarom als verdachte ook op mijn zwijgrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47, en de alinea staat in dat document op bytes 10225 tot 10676.