Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:466.

Uit dit samenstel van bepalingen moet worden afgeleid dat de uitzonderlijke werkwijze die hier is gevolgd, te weten het tegelijkertijd horen van iemand als verdachte in zijn eigen strafzaak én als getuige in de strafzaak tegen een medeverdachte, niet past in het Nederlandse stelsel van strafvordering, in het bijzonder niet omdat daardoor de aan art. 29 Sv ten grondslag liggende verklaringsvrijheid van de verdachte op ontoelaatbare wijze onder druk kan komen te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47, en de alinea staat in dat document op bytes 14738 tot 15224.