Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014
Onder 3.2.3. Hoge Raad 4 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:466.
Het hof overweegt dienaangaande dat het bij artikel 227 Wetboek van Strafrecht gestelde vereiste, dat de in dat artikel bedoelde opgave in een authentieke akte moet betreffen een feit 'van welks waarheid de akte moet doen blijken', dient te worden getoetst aan de regels voor de bewijskracht van authentieke akten in de wet gesteld. Op grond van artikel 157 lid 1 Burgerlijke Rechtsvordering levert een authentieke akte dwingend bewijs tegen een ieder op, van hetgeen daarin is vermeld. Onder de feiten waarvan de akte moet doen blijken in de zin van art. 227 Wetboek van Strafrecht dienen die feiten te worden begrepen waarvan de partijen door middel van de akte willen doen blijken. De bijzondere bewijskracht van een akte is immers niet beperkt tot die onderdelen die nodig zijn om het beoogde rechtsgevolg te doen intreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47, en de alinea staat in dat document op bytes 18660 tot 19500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47 | shasum -a 256