Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 3.4. Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:466.

Het in art. 227, eerste lid, Sr gestelde vereiste dat de in die bepaling bedoelde opgave in een authentieke akte moet betreffen een feit "van welks waarheid de akte moet doen blijken", dient te worden getoetst aan de regels voor de bewijskracht van authentieke akten in de wet gesteld. Aan dat vereiste is voldaan wanneer de akte is bestemd om van de waarheid van dat feit te doen blijken (vgl. HR 23 december 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC7086, NJ 1981/484). Ingevolge art. 157, tweede lid, Rv levert een partijverklaring in een authentieke akte tegenover de wederpartij dwingend bewijs op van de waarheid van de verklaring omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4cbc3a5d6ca498efc8d6ff59953228f05abea9df77508534ae303cba461b47, en de alinea staat in dat document op bytes 22013 tot 22723.