Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:469.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel "voorbedachte raad" moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3ccce6d085a37ee88dd4ad8149158a00c2fa6b6effe495cb44d9b0b5c546bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3ccce6d085a37ee88dd4ad8149158a00c2fa6b6effe495cb44d9b0b5c546bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 8186 tot 8612.