Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 4 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:470.
Ik lag op de grond naast de auto. Door de raamportieren had ik contact met [slachtoffer]. Ik kon al liggend met haar praten. [slachtoffer] en de andere persoon lagen met hun hoofden naar achteren gericht. Zij lagen tegen elkaar aan, bij de achterbank. De andere persoon was niet aanspreekbaar. Uiteindelijk is gebleken dat [slachtoffer] ergens vastzat met haar benen. Toen wij ter plaatse kwamen, lag de auto op de kop. De auto was zodanig ingedeukt dat niemand er zelfstandig uit had kunnen kruipen. Beide personen zijn via de achterzijde door de brandweer uit de auto gehaald. Ik weet nog dat ik genoteerd had dat verdachte de bestuurder van de auto was. De andere persoon is meteen naar het ziekenhuis overgebracht. Ik nam aan dat hij de bestuurder van de auto is geweest vanwege de stoelstand en vanwege de positie van [slachtoffer] toen wij ter plaatse kwamen. Zij lag toen aan de passagierszijde. [slachtoffer] kon niets omdat zij klem zat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c2c6b28aacfb362e4749d5c8bad13be62c817e2bfa8acb0c4d9334bab5fb0bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c2c6b28aacfb362e4749d5c8bad13be62c817e2bfa8acb0c4d9334bab5fb0bc, en de alinea staat in dat document op bytes 12072 tot 13031.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c2c6b28aacfb362e4749d5c8bad13be62c817e2bfa8acb0c4d9334bab5fb0bc | shasum -a 256