Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 4.3. Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:476.

Het Hof heeft de vordering van € 5.437,- met betrekking tot materiële schade geheel en de vordering van € 6.000,- met betrekking tot immateriële schade tot een bedrag van € 500,- toegewezen, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering omdat wat dat gedeelte betreft "behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert". Dat oordeel is feitelijk en kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst. In het licht van de bewezenverklaarde feiten en de inhoud van de ingediende vordering is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het Hof niet gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/183c1e767593f62d36ec844ca63c4118db48e2f3152f88f5f28f3437aa112d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 183c1e767593f62d36ec844ca63c4118db48e2f3152f88f5f28f3437aa112d63, en de alinea staat in dat document op bytes 31971 tot 32657.