Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014
Onder 2.5.2. Hoge Raad 4 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:477.
Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de in het onderhavige verhoorprotocol neergelegde methode niet mag worden toegepast zonder dat daarvoor een specifieke wettelijke grondslag bestaat. Die opvatting is niet juist. In de overwegingen van het Hof ligt als zijn oordeel besloten dat de enkele toepassing van de in dit protocol vervatte methode van inzet van de dominee en de ervaringsdeskundige geen disproportionele inbreuk maakt op grondrechten van de verdachte en niet zeer risicovol is voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing (vgl. HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0070, NJ 2012/159). Daarvan uitgaande behoefde deze methode geen specifieke wettelijke grondslag en is zij, anders dan het middel betoogt, niet wegens strijd met de wet onrechtmatig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe439f0a05e304adcc098084afa8605fc8fe8b15be3ea00489d44cb86bd30640. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe439f0a05e304adcc098084afa8605fc8fe8b15be3ea00489d44cb86bd30640, en de alinea staat in dat document op bytes 49147 tot 49945.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe439f0a05e304adcc098084afa8605fc8fe8b15be3ea00489d44cb86bd30640 | shasum -a 256