Citaat | Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:477.

De ook door de rechtbank benadrukte bijzondere aard van de ten laste gelegde gronddelicten met betrekking tot bewijsvergaring en waarheidsvinding rechtvaardigen een onderzoek naar methoden die in commune strafzaken minder gebruikelijk zijn en daardoor kunnen afwijken van de geijkte paden, zoals in casu is gedaan door de ontwikkeling van een specifiek verhoorprotocol waarin een rol is weggelegd voor de inzet van burgers zoals ervaringsdeskundigen. De veronderstelling van de zijde van het openbaar ministerie dat de vermeende slachtoffers van mensenhandel - mede vanwege de hiermee verband houdende culturele bepaaldheid van dit fenomeen - door op voodoo geïnspireerde bedreigingen belemmerd zouden kunnen worden in het naar waarheid verklaren, komt ook niet zo maar uit de lucht vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe439f0a05e304adcc098084afa8605fc8fe8b15be3ea00489d44cb86bd30640. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe439f0a05e304adcc098084afa8605fc8fe8b15be3ea00489d44cb86bd30640, en de alinea staat in dat document op bytes 30888 tot 31693.