Citaat | Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 5.1.2 Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:51.
Het onderdeel stuit reeds af op het volgende. Het hof heeft de door hem gehanteerde maatstaf ontleend aan HR 2 december 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4705, NJ 1984/306 en HR 22 juli 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0324, NJ 1991/766. Deze beide beschikkingen zijn gewezen onder het oude art. 89 Fw, dat bepaalde dat het verzoek tot inbewaringstelling ‘moet’ worden toegestaan indien het gegrond is op het zonder geldige reden opzettelijk niet naleven van de verplichtingen die de gefailleerde in de art. 91, 105 en 106 Fw zijn opgelegd. In beide beschikkingen is de wet, mede onder verwijzing naar het in art. 5 EVRM bepaalde, aldus uitgelegd dat steeds de afweging dient plaats te vinden die het hof thans noemt, ook al spreekt art. 89 Fw oud in dit verband dwingend van ‘moet’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0948fe641820380fd067f9354940b166b6b3d61390cdc11df7892c869f37193. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0948fe641820380fd067f9354940b166b6b3d61390cdc11df7892c869f37193, en de alinea staat in dat document op bytes 15368 tot 16166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0948fe641820380fd067f9354940b166b6b3d61390cdc11df7892c869f37193 | shasum -a 256