Citaat | Hoge Raad 7 maart 2014

Onder 6.2. Hoge Raad 7 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:511.

In beginsel staat het een rechterlijk ambtenaar vrij om buiten de rechtszaal zijn mening te uiten over door hem relevant geachte maatschappelijke verschijnselen. Deze aan een rechterlijk ambtenaar toekomende vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt. Art. 10, tweede lid, EVRM voorziet in de mogelijkheid van beperking, bijvoorbeeld indien dit noodzakelijk is om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. De betrokkene dient bij de uitoefening van zijn uitingsvrijheid rekening te houden met de invloed van zijn uitingen, in het bijzonder voor zover deze uitingen vragen kunnen doen rijzen over de invloed daarvan op het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3926cd76efc07d267392d3d452de654369b901bdb81e12f21a2e3ee6b0943f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3926cd76efc07d267392d3d452de654369b901bdb81e12f21a2e3ee6b0943f37, en de alinea staat in dat document op bytes 29440 tot 30166.