Citaat | Hoge Raad 11 maart 2014

Onder 3.2.2. Hoge Raad 11 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:528.

Ik heb [slachtoffer] voor het laatst gezien of gesproken op 4 oktober 2010 rond 17.00 of 18.00 uur. Ik ken [verdachte]. Ik (het hof begrijpt: verbalisant) zag dat getuige op de plattegrond de woning van [verdachte] aanwees. Ik zag [verdachte] en [slachtoffer] bij de apotheek. Ze kwamen naar mij en mijn broertje gelopen. [slachtoffer] werd boos. [slachtoffer] en [verdachte] begonnen over en weer te schelden. [verdachte] is toen boos weggelopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3, en de alinea staat in dat document op bytes 9001 tot 9462.