Citaat | Hoge Raad 11 maart 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 11 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:528.
Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342, NJ 2012/518 en vervolgens nader heeft toegelicht in zijn arrest van 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, moeten - mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat het bestanddeel "voorbedachte raad" heeft - aan de vaststelling dat voor de verdachte de voor voorbedachte raad vereiste gelegenheid heeft bestaan om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3, en de alinea staat in dat document op bytes 50542 tot 51302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3 | shasum -a 256