Citaat | Hoge Raad 11 maart 2014
Onder 4.2. Hoge Raad 11 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:528.
Ik verwijs naar de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 mei 2008 met LJN BD2057, op grond waarvan aan de directe confrontatie niet al te hoge eisen gesteld mogen worden. De impact en de schade zijn een rechtstreeks gevolg van wat er is gebeurd. De bijkomende omstandigheden zijn de houding die verdachte aanneemt ter terechtzitting. Het hof heeft daar duidelijk op door gevraagd. De advocaat-generaal heeft eraan gerefereerd. Als het hem slecht uitkomt, zegt verdachte niets. Hij geeft geen openheid van zaken, hetgeen bijdraagt aan de problemen. Ik heb begrepen dat, kort nadat verdachte door de rechtbank in vrijheid was gesteld, hij op MSN-uitlatingen heeft gedaan in de richting van de dochter van cliënte alsof hij had gezegevierd. Het hof moet daarmee doen wat het geraden acht. Ik ben het eens met de advocaat-generaal. Het gaat niet om een verdachte die oprecht spijt betoont. Dat is een klap in het gezicht van cliënte die niet bijdraagt aan een goede verwerking. Het wordt steeds erger. Welk bedrag hang je daar aan? Ik kan uitspraken noemen waarin veel hogere bedragen worden toegekend, maar we hebben dit bedrag verzocht als voorschot. Ik denk dat het bedrag hoger zou moeten zijn en dat we een redelijk bedrag hebben genoemd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3, en de alinea staat in dat document op bytes 53992 tot 55250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3 | shasum -a 256