Citaat | Hoge Raad 11 maart 2014
Onder 4.4. Hoge Raad 11 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:528.
Het Hof heeft de niet-ontvankelijkverklaring gegrond op zijn oordeel dat de behandeling van de desbetreffende vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarbij heeft het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat de rechtsvraag of de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de benadeelde partij geleden immateriële schade niet eenvoudig te beoordelen valt. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat voor vergoeding van immateriële schade als hier gevorderd, is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (vgl. HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240 en HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8583, NJ 2010/387).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3, en de alinea staat in dat document op bytes 57373 tot 58281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3 | shasum -a 256