Citaat | Hoge Raad 11 maart 2014

Onder 3.2.2. Hoge Raad 11 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:528.

Ik en [betrokkene 8] zijn op het bankje gaan zitten. [verdachte] bleef voor ons staan. Hij zei dat hij ruzie had met [slachtoffer] en dat [slachtoffer] zei dat [slachtoffer] zijn moeder en hem ging vermoorden en dat hij dat niet pikte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 258eff609764add4c0027521ecf7540ed3e26c7a1aeead9eee72dcd92c4449a3, en de alinea staat in dat document op bytes 22937 tot 23185.