Citaat | Hoge Raad 14 januari 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 14 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:55.
[verdachte] en [betrokkene 3] zijn beide vrienden van mij. Ik kan mij nog herinneren dat wij bij de bushalte stonden en de carnavalskar aan kwam rijden. Wij stonden in het bushokje en de kar kwam tot stilstand. Daarna kwamen er personen van de kar af die waren aan het schreeuwen en roepen. Iemand vanuit die groep werd fysiek, dat was [betrokkene 1]. Dat deze jongen [betrokkene 1] heet, heb ik later gehoord. Toen [betrokkene 1] uit de groep stapte, kwam hij eerst langs mij op en duwde hij mij aan de kant. Vervolgens stapte hij op [betrokkene 3] af en [betrokkene 1] haalde uit naar [betrokkene 3]. [betrokkene 3] kon hem ontwijken door naar achteren te stappen. [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) heeft hem geslagen en ik heb hem weggeduwd. Ik duwde hem om hem bij ons weg te houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0284b65410ead897261a3557b5f15b94aaf2a2c83f2aa471e706aad37307ff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0284b65410ead897261a3557b5f15b94aaf2a2c83f2aa471e706aad37307ff7, en de alinea staat in dat document op bytes 9213 tot 10035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0284b65410ead897261a3557b5f15b94aaf2a2c83f2aa471e706aad37307ff7 | shasum -a 256