Citaat | Hoge Raad 14 januari 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 14 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:55.

Het Hof heeft blijkens zijn overwegingen aannemelijk geoordeeld dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [betrokkene 3]. Het Hof heeft echter niet aannemelijk geacht dat "verdachtes uithaal geboden was ter noodzakelijke verdediging" nu die klap "onnodig was" omdat [betrokkene 3] de aanval blijkbaar kon ontwijken en de duw van [betrokkene 2] blijkbaar ook genoeg was om de aangever [betrokkene 1] "aan de kant te krijgen". Gelet op het tijdsverloop zoals daarvan blijkt uit de overwegingen van het Hof - waarbij dat ontwijken en duwen plaatsvonden na (het begin van) de aanranding en na de uithaal van de verdachte - heeft het Hof zijn oordeel niet begrijpelijk gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0284b65410ead897261a3557b5f15b94aaf2a2c83f2aa471e706aad37307ff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0284b65410ead897261a3557b5f15b94aaf2a2c83f2aa471e706aad37307ff7, en de alinea staat in dat document op bytes 13672 tot 14390.