Citaat | Hoge Raad 14 januari 2014

Onder 3.4. Hoge Raad 14 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:56.

De klacht berust kennelijk op de opvatting dat de rechter bij het beantwoorden van de vraag of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist, geen strafbare feiten in aanmerking mag nemen waarvoor de verdachte nog niet onherroepelijk is veroordeeld. Die opvatting is in haar algemeenheid onjuist, zodat de klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24e6733cdf0f62768891420e81c7481a7c3639f84a627d31051d4a85c8fc8f1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24e6733cdf0f62768891420e81c7481a7c3639f84a627d31051d4a85c8fc8f1a, en de alinea staat in dat document op bytes 17428 tot 17832.