Citaat | Hoge Raad 21 maart 2014
Onder 3.2.2. Hoge Raad 21 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:635.
Het Hof heeft overwogen dat de Inspecteur voldoende zwaarwegende redenen heeft aangevoerd om de afspraak op te zeggen. Ten aanzien van de fiscale waardering van de effecten heeft het Hof overwogen dat de bedrijfsvoering van belanghebbende meebrengt dat in een continu proces een - van moment tot moment in aard en omvang fluctuerende - handelsvoorraad van effecten door haar bedrijfsvermogen stroomt. Daarbij worden, gedurende langere dan wel kortere tijd, steeds wisselende posities ingenomen waarover belanghebbende risico’s loopt. Door middel van een geavanceerd systeem van risicobeheersing op basis van de (continu gevolgde) actuele marktprijzen slaagt belanghebbende er structureel in de risico’s van waardeontwikkeling in de op enig moment tot haar vermogen behorende effecten vrijwel volledig ‘uit te doven’. Vanuit dit voor de bedrijfsvoering van belanghebbende essentiële gezichtspunt zijn de effecten als uitwisselbaar te beschouwen. Aldus zijn de op ieder willekeurig moment tot het vermogen van belanghebbende behorende effecten naar plaats en functie te duiden als een liquide massa - of in ieder geval daarmee vergelijkbaar - waarmee belanghebbende haar bedrijf voert, aldus het Hof. Bij effecten evolueren, door de snelle en gemakkelijke verhandelbaarheid op een courante markt, ongerealiseerde winsten tot realiseerbare winsten. Daarmee zijn zij in wezen gelijk te stellen met liquide middelen. In de dagelijkse administratie van belanghebbende wordt dan ook geen onderscheid gemaakt tussen ongerealiseerde en gerealiseerde winsten. In overeenstemming met het voorgaande waardeert belanghebbende haar effecten in haar jaarrekening op de actuele waarde. Onder deze omstandigheden brengt, aldus nog steeds het Hof, goed koopmansgebruik, naar de eisen des tijds uitgelegd, mee dat belanghebbende haar effecten in de ten behoeve van de fiscale winstberekening op te stellen balans in beginsel eveneens dient op te nemen tegen de actuele waarde. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat goed koopmansgebruik in de weg staat aan waardering op historische kostprijzen, aangezien deze historische kostprijzen voor haar bedrijfsvoering - zoals ook blijkt uit de wijze waarop zij haar administratie heeft ingericht - en voor haar (commerciële) winstberekening irrelevant zijn. Door het hanteren ervan in haar fiscale winstberekening wordt daarin een mate van voorzichtigheid betracht die te ver verwijderd is van de realiteit van haar bedrijf. Het Hof heeft voor zijn oordeel bevestiging gevonden in de kunstmatigheid en foutgevoeligheid van de reconstructie die belanghebbende in het door haar gevolgde systeem van winstberekening dient te maken van de historische kostprijzen van de effecten die op balansdatum in haar vermogen aanwezig zijn (geweest).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34cb39ddc32892460dfb294a9c689cd405905319312ab7c217ac9d6708b77368. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34cb39ddc32892460dfb294a9c689cd405905319312ab7c217ac9d6708b77368, en de alinea staat in dat document op bytes 12700 tot 15479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34cb39ddc32892460dfb294a9c689cd405905319312ab7c217ac9d6708b77368 | shasum -a 256