Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014

Onder 2.7. Hoge Raad 18 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:637.

Al deze factoren riepen naar het oordeel van het Hof reeds op 6 april 2005, na het eerste telefoongesprek tussen [medeverdachte 6] en de Oudste, een op de CIE rustende verzwaarde onderzoeksplicht op naar de aard en de mate van betrokkenheid van [medeverdachte 6] bij de valse eurobiljetten en de achtergronden daarvan. De Oudste had onder de gegeven omstandigheden geen genoegen mogen nemen met de summiere informatie van [medeverdachte 6], maar had toen - onder meer door nadere gesprekken met [medeverdachte 6] - een grondig onderzoek behoren te verrichten om uit te sluiten dat deze als koper of tussenpersoon bij de levering van de partij vals geld zou optreden of zich als zodanig zou voordoen en zich al dan niet bewust met schending van het zogenaamde Tallon-criterium aan strafbaar gedrag schuldig zou maken. De Oudste heeft dat ten onrechte nagelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3337de98c1216dbb491235fca6ae2ab357ca32feb982261b19d4301bd1a30da8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3337de98c1216dbb491235fca6ae2ab357ca32feb982261b19d4301bd1a30da8, en de alinea staat in dat document op bytes 25861 tot 26734.