Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 18 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:638.

De vraag die het hof heeft te beantwoorden is of in dit geval de verdachte terecht is aangemerkt als degene tegen wie uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca97ccff4996ee46ec6db0323db4c1fc2194cd9b2871972d023775c59adb8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ca97ccff4996ee46ec6db0323db4c1fc2194cd9b2871972d023775c59adb8c, en de alinea staat in dat document op bytes 8048 tot 8352.