Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 18 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:638.
Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende. Op 1 augustus 2011 reden twee verbalisanten in een onopvallend dienstvoertuig op de Brailledreef te Utrecht. Verbalisanten zagen op een gegeven moment dat twee onbekende personen naast hun fiets stonden. Zij zagen dat een van de personen iets overhandigde aan de tweede persoon. Voorts zagen zij dat de twee personen schichtig om zich heen keken. Daarbij rees bij de verbalisanten het vermoeden dat de twee personen met een drugsdeal bezig waren. Verbalisanten begaven zich in de richting van de twee personen, waarop deze op hun fiets stapten en wegreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca97ccff4996ee46ec6db0323db4c1fc2194cd9b2871972d023775c59adb8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ca97ccff4996ee46ec6db0323db4c1fc2194cd9b2871972d023775c59adb8c, en de alinea staat in dat document op bytes 8364 tot 9007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca97ccff4996ee46ec6db0323db4c1fc2194cd9b2871972d023775c59adb8c | shasum -a 256