Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 18 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:647.

"Ik blijf bij de verklaring die ik bij de kinderrechter heb afgelegd. We waren met een paar jongens op het schoolplein. Er kwam op een gegeven moment een jongen aangereden op een scooter. Die jongen zette de scooter voor het bankje neer. Ik was moe en ik ging op die scooter zitten en ik ben er vervolgens een rondje op gaan rijden. Op dat moment kwam er een motoragent aangereden en toen werd ik aangehouden. De motor van de scooter draaide toen ik er op ging zitten. Ik wist niet dat er geen sleutel in de scooter zat. Ik heb de scooter nadat ik een rondje had gereden tegen de muur gezet. De motor draaide toen nog. Ik wist niet dat ik hem niet uit kon zetten. Ik heb zelf geen scooter. Ik heb wel een paar keer op een scooter gereden. De scooter stond eerst uit. Die jongen heeft hem toen gestart. Hij ging er een rondje op rijden en toen hij terug kwam heb ik gevraagd of ik er ook een rondje op mocht rijden. Ik weet niet hoe die jongen de scooter heeft gestart. Ik ken die jongen niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d7ab41d968875327016b85ac005074329cece34fbd2970d1d24eda816809826. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d7ab41d968875327016b85ac005074329cece34fbd2970d1d24eda816809826, en de alinea staat in dat document op bytes 9951 tot 10956.