Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 18 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:647.
U, oudste raadsheer, vraagt mij wanneer ik dan op de scooter heb gezeten omdat ik moe was. Dat was daarvoor, toen die jongen net aankwam. Ik zat op een bankje, en toen die jongen aankwam is hij op mijn plek gaan zitten. Dat kwam omdat ik met iemand ging praten. Toen ik terugkwam was die plek dus door hem bezet. Ik ben op de scooter gaan zitten. Die jongen kwam vervolgens naar mij toe en zei dat hij een rondje ging rijden. Toen ben ik weer op het bankje gaan zitten. Hij heeft de scooter gestart en is gaan rijden. Toen hij terugkwam heb ik gevraagd of ik ook een rondje mocht rijden. Ik ken die jongen van de scooter niet. Ik was met mijn neefje. Er waren op dat moment ongeveer 4 of 6 jongens op het schoolplein, in ieder geval geen achttien. Misschien eigenlijk wel meer dan zes. Het was een groep."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d7ab41d968875327016b85ac005074329cece34fbd2970d1d24eda816809826. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d7ab41d968875327016b85ac005074329cece34fbd2970d1d24eda816809826, en de alinea staat in dat document op bytes 10968 tot 11786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d7ab41d968875327016b85ac005074329cece34fbd2970d1d24eda816809826 | shasum -a 256