Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 18 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:651.

2.5. In een geval waarin in de appelschriftuur als bedoeld in art. 410, eerste lid, Sv een opgave van getuigen wordt gedaan, dient de rechter, gelet op art. 418, eerste lid, Sv, behoudens de zich hier niet voordoende uitzondering van art. 418, tweede lid, Sv, de in art. 288, eerste lid, Sv voorziene maatstaf te hanteren. Voor het onderhavige geval betekent dit dat het Hof onder ogen had te zien of redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het afzien van de oproeping van [betrokkene 2] als getuige de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het Hof, dat het verzoek heeft afgewezen omdat het het horen van [betrokkene 2] als getuige niet noodzakelijk heeft geacht, heeft dus bij de afwijzing van dat verzoek een onjuiste maatstaf gehanteerd. Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8658a8411acc14af52128e7d689040a1ca8d10c419136fe6e95d14329c386f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8658a8411acc14af52128e7d689040a1ca8d10c419136fe6e95d14329c386f7, en de alinea staat in dat document op bytes 10166 tot 11003.