Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014

Onder 2.2. Hoge Raad 18 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:652.

De betrokkene is veroordeeld ter zake van medeplegen van het verduisteren van mobiele telefoons. Hij heeft echter geen inzicht gegeven in de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel, het precieze aantal van de daarbij betrokken personen en hun identiteit. Ook zijn daarover geen andere aanknopingspunten voorhanden. Het hof zal (gemakshalve en bij gebrek aan wetenschap) op de voet van artikel 36e, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht bepalen dat de veroordeelde hoofdelijk aansprakelijk is voor de gezamenlijke betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel waarbij voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan zal zijn bevrijd. Het hof overweegt daarbij nog dat deze wetsbepaling (datum inwerkingtreding 1 juli 2011) niet valt onder artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht nu het geen materiële (extra) sanctie betreft maar louter een executiemodaliteit en derhalve direct toegepast kan worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c2b05d49f5d6e581d16db6f0ab8d8c6cfdfae263ed1e3834e1985aa327565. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c2b05d49f5d6e581d16db6f0ab8d8c6cfdfae263ed1e3834e1985aa327565, en de alinea staat in dat document op bytes 12557 tot 13552.