Citaat | Hoge Raad 18 maart 2014
Onder 2.5. Hoge Raad 18 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:655.
Uit de onder 2.3 weergegeven stukken valt af te leiden dat van de verdachte ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend was. Noch de hierboven genoemde akte uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt in dat de dagvaarding in hoger beroep naar voornoemd adres van de verdachte in het buitenland is verzonden. Daaruit volgt dat de dagvaarding in hoger beroep niet is betekend overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, is derhalve onjuist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dbedb82aa8c96fae3f7337da706c4ca7a11e8a8aa1ad57450fc7d22d40fa391. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dbedb82aa8c96fae3f7337da706c4ca7a11e8a8aa1ad57450fc7d22d40fa391, en de alinea staat in dat document op bytes 10953 tot 11635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1dbedb82aa8c96fae3f7337da706c4ca7a11e8a8aa1ad57450fc7d22d40fa391 | shasum -a 256