Citaat | Hoge Raad 21 maart 2014
Onder 3.1 Hoge Raad 21 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675.
De eerste grond is dat art. 30 lid 1 Fw niet in de weg staat aan toepassing van de art. 28 en 29 Fw, aangezien art. 225 lid 4 Rv bepaalt dat schorsing van het geding niet meer kan plaatsvinden nadat de datum is bepaald waarop het vonnis (of arrest) zal worden uitgesproken. In het onderhavige geval is die datum nog niet bepaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b, en de alinea staat in dat document op bytes 10722 tot 11066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b | shasum -a 256