Citaat | Hoge Raad 21 maart 2014

Onder 3.3.2 Hoge Raad 21 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675.

Op de voet van art. 44 lid 3 Rv kunnen partijen in cassatie, binnen twee weken nadat de conclusie door de Procureur-Generaal is genomen dan wel een afschrift daarvan aan partijen is verzonden, hun schriftelijk commentaar daarop aan de Hoge Raad doen toekomen. De ratio hiervan is dat partijen gezien het beginsel van hoor en wederhoor (art. 19 Rv) moeten kunnen reageren op een conclusie van de Procureur-Generaal, aangezien die conclusie in de oordeelsvorming van de Hoge Raad wordt betrokken (vgl. EHRM 30 oktober 1991, ECLI:NL:XX:1991:AD1521, NJ 1992/73, Borgers/België; EHRM 20 februari 1996, rov. 33, Reports 1996-I, p. 224 e.v., Vermeulen/België).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b, en de alinea staat in dat document op bytes 13055 tot 13736.