Citaat | Hoge Raad 21 maart 2014
Onder 3.5.2 Hoge Raad 21 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675.
De vorderingen (i) en (iii) strekken tot verkrijging van een verklaring voor recht en een gebod, die erop neerkomen dat wordt vastgesteld dat de arbeidsrelatie tussen [eiseres] en SRC steeds heeft voortgeduurd, althans voor elk nieuw reisseizoen telkens opnieuw had moeten worden aangegaan. Niet blijkt dat [eiseres] bij deze vorderingen een ander belang heeft dan dat haar vorderingen (ii) en (iv), die voldoening van verbintenissen uit de boedel ten doel hebben, toewijsbaar zijn. Voor de toepassing van de art. 25 lid 2 Fw en 27-29 Fw hebben de vorderingen (i) en (iii) naast de vorderingen (ii) en (iv) daarom geen zelfstandige betekenis. Dit brengt mee dat de procedure ook voor zover het de vorderingen (i) en (iii) betreft, door het faillissement van SRC van rechtswege is geschorst. Het verzoek is dus niet toewijsbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b, en de alinea staat in dat document op bytes 15394 tot 16247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b4f98fb1f8bf96d2f8e82416b827e482c5b6a3cbf279951974e3b4b5d3fac5b | shasum -a 256