Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 3.4.4. Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:685.

Het Hof heeft zijn oordeel dat in het kader van de straftoemeting geen rekening dient te worden gehouden met de negatieve vermogenspositie van belanghebbende enkel doen steunen op de omstandigheid dat die negatieve positie volledig werd veroorzaakt door de verplichting tot betaling van de hiervoor in 3.1.1 en 3.1.2 bedoelde naheffingsaanslagen. Die omstandigheid vormt evenwel onvoldoende grond om de slechte financiële positie van belanghebbende bij de bepaling van de hoogte van de boete buiten beschouwing te laten. Voorts is het Hof blijkens zijn overwegingen uitgegaan van de vermogenspositie van belanghebbende aan het einde van het jaar 2006. In zoverre heeft het Hof miskend hetgeen in 3.4.3 hiervoor is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fae4a5dd1fbd305780f44df76e20602581d1d7dc54b91dd4c8a8c8399474082c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fae4a5dd1fbd305780f44df76e20602581d1d7dc54b91dd4c8a8c8399474082c, en de alinea staat in dat document op bytes 11766 tot 12505.