Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 3.3.2. Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:689.

Bij de beoordeling van dit middelonderdeel moet worden vooropgesteld dat het oordeel over de voortvarendheid waarmee een navorderingsaanslag met toepassing van artikel 16, lid 4, AWR is opgelegd, op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie betrekking dient te hebben op het tijdsverloop nadat de belastingautoriteiten van een lidstaat de beschikking hebben gekregen over aanwijzingen met betrekking tot in een andere lidstaat ondergebrachte belastbare bestanddelen op basis waarvan zij een onderzoek kunnen instellen (HvJ 11 juni 2009, X en E.H.A. Passenheim-van Schoot, C-155/08 en C-157/08, BNB 2009/222, punt 74).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4800fe61ec389b01fca93baa787cb5b985e3aedab358063c6f02cbe8e00dcc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4800fe61ec389b01fca93baa787cb5b985e3aedab358063c6f02cbe8e00dcc5, en de alinea staat in dat document op bytes 12318 tot 12956.