Citaat | Hoge Raad 25 maart 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 25 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:693.
In zijn arrest van 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2774, NJ 2009/94, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er geen beletsel is om vermogensbestanddelen waarover men de beschikking had doordat belasting is ontdoken, aan te merken als voorwerpen "afkomstig (...) van enig misdrijf" in de zin van de art. 420bis en 420quater Sr. Daaruit mag niet worden afgeleid dat voor de belastingdienst verzwegen vermogensbestanddelen steeds in volle omvang moeten worden beschouwd als de opbrengst van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit, als bedoeld in art. 36e Sr in samenhang met art. 74 AWR. Daarbij komt dat er geen grond is om elk voordeel dat door middel van een aan de belastingheffing onttrokken vermogensbestanddeel is behaald, aan te merken als de opbrengst van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit in de zin van de zojuist genoemde wettelijke bepalingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23abcd3acd7937160e57ebcc10856f9879f362c40598099149f87966bd604378. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23abcd3acd7937160e57ebcc10856f9879f362c40598099149f87966bd604378, en de alinea staat in dat document op bytes 15012 tot 15895.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23abcd3acd7937160e57ebcc10856f9879f362c40598099149f87966bd604378 | shasum -a 256