Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014
Onder 2.4.2. Hoge Raad 28 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:700.
Aangezien vanaf de dag dat belanghebbende het eerste bezwaarschrift heeft ingediend tegen een van de onderhavige besluiten tot de dag waarop de Rechtbank uitspraak heeft gedaan en vanaf de ontvangst van het hogerberoepschrift tot de dag waarop het Hof uitspraak heeft gedaan telkens meer dan twee jaren zijn verstreken, bestond in beginsel aanleiding de Staat der Nederlanden (de Minister van Veiligheid en Justitie) te veroordelen tot vergoeding van de daaraan toe te rekenen immateriële schade. In verband daarmee had het Hof de Minister van Veiligheid en Justitie in de gelegenheid moeten stellen als partij aan het geding deel te nemen (vgl. HR 10 juni 2011, nr. 09/02639, ECLI:NL:HR:2011:BO5046, BNB 2011/232, onderdeel 3.3.5, en HR 7 juni 2013, nr. 12/03118, ECLI:NL:HR:2013:CA2313, BNB 2013/176, onderdeel 4). Dat heeft het Hof verzuimd. Het middelonderdeel slaagt daarom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7aa459a98012ca5431dc26497e0a6a6fcdfad5ffd8d7950ed7b8a6a00b3b30a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7aa459a98012ca5431dc26497e0a6a6fcdfad5ffd8d7950ed7b8a6a00b3b30a, en de alinea staat in dat document op bytes 11610 tot 12503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7aa459a98012ca5431dc26497e0a6a6fcdfad5ffd8d7950ed7b8a6a00b3b30a | shasum -a 256