Citaat | Hoge Raad 25 maart 2014
Onder 3.9. Hoge Raad 25 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702.
Uit de bewijsvoering van het Hof kan worden afgeleid dat de in 3.4 genoemde voorwerpen niet "onmiddellijk" afkomstig zijn uit het ten laste van de verdachte onder 1 bewezenverklaarde misdrijf, zodat het Hof de gedragingen van de verdachte met betrekking tot die voorwerpen terecht en zonder tot de onder 3.3 bedoelde motivering gehouden te zijn heeft gekwalificeerd als witwassen. Dat geldt ook ten aanzien van de banktegoeden, nu als bewijsmiddel is gebezigd een proces-verbaal dat inhoudt dat slachtoffers van het onder 1 bewezenverklaarde geldbedragen overboekten naar bankrekeningen die op naam van [A] waren gesteld en die werden aangehouden bij banken in Amsterdam en Oostenrijk (bewijsmiddel 27), zodat de in de bewezenverklaring bedoelde banktegoeden kennelijk door omzetting van die bedragen zijn ontstaan en daarmee niet "onmiddellijk" afkomstig zijn van het onder 1 bewezenverklaarde misdrijf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db31949ba5b501125c5df5e97e5f4dc89e7410f016bf187aa0edf4297756e24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db31949ba5b501125c5df5e97e5f4dc89e7410f016bf187aa0edf4297756e24, en de alinea staat in dat document op bytes 28122 tot 29039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4db31949ba5b501125c5df5e97e5f4dc89e7410f016bf187aa0edf4297756e24 | shasum -a 256