Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014
Onder 3.2.2 Hoge Raad 28 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:735.
Primair betogen zij dat de voor doorgifte door de kabelexploitanten benodigde toestemming van de naburig rechthebbenden als regel reeds is verkregen omdat zij een ‘schoon’ product van de omroepen ontvangen. De omroeporganisaties (voor zover niet zelf producenten van de programma’s) hebben immers de benodigde toestemming mede ten behoeve van de kabelexploitanten verkregen van de producenten van die programma’s, terwijl de producenten op hun beurt naburig rechthebbenden zijn (geworden), hetzij krachtens individuele overdracht van de desbetreffende naburige rechten door de betrokken uitvoerende kunstenaars, hetzij krachtens de wettelijk veronderstelde overdracht van die rechten op grond van art. 4 WNR in verbinding met art. 45d Aw. Omdat de uitvoerende kunstenaars hun rechten aldus al aan de producenten hadden overgedragen, kan Norma die rechten niet meer ingevolge art. 14a WNR uitoefenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/547a9aee63f7d453d980b5d83d3bc11f6d59883500d4bdf8a429ce6f3b4fe518. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 547a9aee63f7d453d980b5d83d3bc11f6d59883500d4bdf8a429ce6f3b4fe518, en de alinea staat in dat document op bytes 11659 tot 12592.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/547a9aee63f7d453d980b5d83d3bc11f6d59883500d4bdf8a429ce6f3b4fe518 | shasum -a 256