Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 4.4.1 Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:735.

Onderdeel IIB komt op tegen het oordeel van het hof over het hiervoor in 3.2.2 weergegeven verweer onder (b) van NLKabel c.s. Het hof heeft hieromtrent in rov. 5.5 geoordeeld dat voor een rechtsgeldige levering van alle bestaande en toekomstige naburige rechten tenminste vereist is dat, eventueel achteraf, ‘alle’ naburige rechten die de desbetreffende kunstenaar heeft verkregen, kunnen worden geïdentificeerd. Volgens het onderdeel heeft het hof hiermee een aanvullend vereiste in de bepaalbaarheidseis van art. 3:84 lid 2 BW geïntroduceerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/547a9aee63f7d453d980b5d83d3bc11f6d59883500d4bdf8a429ce6f3b4fe518. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 547a9aee63f7d453d980b5d83d3bc11f6d59883500d4bdf8a429ce6f3b4fe518, en de alinea staat in dat document op bytes 37325 tot 37888.