Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 3.3.1 Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736.

De erfdienstbaarheid is oorspronkelijk gevestigd ten behoeve van de toenmalige verkoper, die kennelijk aantasting van het karakter van zijn omliggende eigendommen (landgoederen) vreesde. Op de heersende erven is in de jaren ’60 een woonwijk ingericht, waartoe zij na verschillende splitsingen en hernummeringen verworden zijn tot circa 800 kleine percelen. Bij die uitgifte is nagelaten de erfdienstbaarheid door te halen. In zoverre is realisering van de oorspronkelijke bedoeling vrijwel onmogelijk gemaakt. Door de opsplitsing in circa 800 kleine bebouwde kavels, hebben de diverse eigenaren immers nagenoeg alle zicht op of te maken met de bebouwing van buren, overburen en/of daarbij behorende tuinen of garages. Voor de tussenkomende partijen ligt dit vanwege de ligging van hun percelen aan de rand van de woonwijk iets genuanceerder. Hun tuinen grenzen aan de strook grond die in de vigerende bestemming een groene bufferzone vormt tussen de heersende en de dienende erven. Zij hebben tijdens de wintermaanden enig zicht op het bedrijventerrein, waarmee zij in enige beperkte mate belang hebben bij de erfdienstbaarheid. (rov. 2.14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 14008 tot 15164.