Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 3.3.2 Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736.

Ter gelegenheid van de pleidooien hebben de tussenkomende partijen de rechtbank verzocht de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de (immateriële) schade die zij hebben geleden als gevolg van de omstandigheid dat de procedure niet is afgerond binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen op de grond dat de tussenkomende partijen niet hebben voldaan aan hun stelplicht ter zake van hun immateriële schade. Daarbij heeft de rechtbank in het midden gelaten of sprake is van schending van art. 6 EVRM (rov. 2.19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 17078 tot 17661.