Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 3.4 Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736.

Onderdeel 1 van het middel richt diverse klachten tegen de beslissing van de rechtbank dat de schadeloosstelling dient te worden vastgesteld op nihil. Bij de beoordeling van het onderdeel wordt het volgende vooropgesteld. Voor de beantwoording van de vragen of bij een onteigening een schadeloosstelling moet worden toegekend wegens het vervallen van een erfdienstbaarheid en zo ja, hoe hoog die schadeloosstelling moet zijn, wordt ingevolge art. 44 Ow rekening gehouden met hetgeen te verwachten is omtrent (onder meer) de opheffing van de erfdienstbaarheid op grond van het bepaalde in art. 5:79 BW. Daarbij blijft art. 40c Ow buiten toepassing, hetgeen meebrengt dat rekening mag worden gehouden met nadelen verbonden aan het werk waarvoor onteigend wordt. In het onderhavige geval betekent dit dat de onteigeningsrechter, gelet op de plannen van de Gemeente, ervan zal moeten uitgaan dat daadwerkelijk een vordering tot opheffing zou worden ingesteld en dient te beoordelen of die vordering zou worden toegewezen. Bij bevestigende beantwoording dient hij bovendien te beoordelen of aan de opheffing voorwaarden – zoals betaling van een schadevergoeding – zouden worden verbonden. Voor deze beoordeling zijn de art. 5:79 en 5:81 BW bepalend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 17960 tot 19234.