Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014
Onder 3.14 Hoge Raad 28 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736.
Uit de rechtspraak van het EHRM volgt dat het nationale recht in verband met art. 13 EVRM moet voorzien in een effectieve mogelijkheid voor vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (vgl. onder meer EHRM 26 oktober 2000, ECLI:NL:XX:2000:AD5181, NJ 2001/594 (Kudla tegen Polen) en EHRM 8 juni 2006, ECLI:NL:XX:2006:AY5760 (Sürmeli tegen Duitsland)). Een op grond van onrechtmatige daad in te stellen afzonderlijke procedure tegen de Staat kan een voldoende effectief rechtsmiddel bieden tot verkrijging van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, vgl. EHRM 11 september 2002, nr. 57220/00 (Mifsud tegen Frankrijk) en EHRM 15 mei 2007, nr. 2115/04 (Depauw tegen België).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 27547 tot 28283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a88c13adb82bd728e3b899067358dcfadd321a99c5b4e1a6b9f315abfe53eb8 | shasum -a 256