Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 3.8 Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:766.

Door een procedure op de voet van art. 3:305a BW bij de rechter aanhangig te maken, kan de rechtspersoon de verjaring stuiten van vorderingen van personen voor wier belangen hij opkomt, waaronder de vordering tot vergoeding van schade. Ook kan de rechtspersoon de schuldenaar door een aanmaning rechtsgeldig in gebreke stellen ten behoeve van de belanghebbenden. Een dergelijke ingebrekestelling voldoet tevens aan de vereisten die art. 3:317 lid 1 BW stelt voor stuiting van een verjaring. Het argument van Deloitte c.s. dat de omvang van de vorderingen voor de schuldenaar onzeker blijft indien collectieve stuiting kan plaatsvinden, kan in deze twee gevallen een zodanige stuiting niet verhinderen. Dan valt niet in te zien waarom dat argument in de weg staat aan de mogelijkheid voor de rechtspersoon om de verjaring te stuiten door middel van een aanmaning of mededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fb99547657875e1e015cf5c81df31454d494d2d116f3911d212767bee3ff2d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fb99547657875e1e015cf5c81df31454d494d2d116f3911d212767bee3ff2d8, en de alinea staat in dat document op bytes 18815 tot 19738.