Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014

Onder 4.1.3 Hoge Raad 28 maart 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768.

Voor zover onderdeel 1 klaagt dat het hof heeft miskend dat een partij die verlangt te worden toegelaten tot tussenkomst, daarbij niet kenbaar behoeft te maken wat zij wenst te vorderen en van wie, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. Een oordeel over de gerechtvaardigdheid van de verlangde tussenkomst is immers alleen mogelijk indien duidelijk is wat de interveniënt wenst te bewerkstelligen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20396b0214b7fcb1195927534bfce065347c86fee7857c569982a35784564db3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20396b0214b7fcb1195927534bfce065347c86fee7857c569982a35784564db3, en de alinea staat in dat document op bytes 15391 tot 15807.