Citaat | Hoge Raad 28 maart 2014
Onder 4.2.3 Hoge Raad 28 maart 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768.
Het eerste argument kan het bestreden oordeel niet dragen. Blijkens rov. 2.5 moet in cassatie als vaststaand worden aangenomen dat FIAR c.s. hebbe n voldaan aan de eisen van art. 218 Rv, te weten dat de vordering tot voeging wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatst e conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. Als voor het instellen van een incidentele vordering een wettelijke termijn geldt en die termijn niet i s overschreden, kan het oordeel dat de procedure in de hoofdzaak bij toewijzing van de incidentele vordering onredelijk wordt vertraagd, niet worden gegron d op de enkele omstandigheid dat de incidentele vordering ook eerder dan op de wettelijk laatst mogelijke dag had kunnen worden ingesteld .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20396b0214b7fcb1195927534bfce065347c86fee7857c569982a35784564db3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20396b0214b7fcb1195927534bfce065347c86fee7857c569982a35784564db3, en de alinea staat in dat document op bytes 23286 tot 24060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20396b0214b7fcb1195927534bfce065347c86fee7857c569982a35784564db3 | shasum -a 256