Citaat | Hoge Raad 1 april 2014
Onder 2.4.1. Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:770.
Uit de stukken van het geding blijkt niet dat aan het Hof de klacht is voorgelegd dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor door de Koninklijke marechaussee niet is gewezen op zijn recht een advocaat te raadplegen en dat hem binnen de grenzen van het redelijke niet de gelegenheid is geboden dat recht te verwezenlijken. Zoals ook in de toelichting op het middel wordt geconstateerd is door de verdediging ten overstaan van het Hof "niet betoogd dat sprake was van een Salduzschending die op grond van vaste jurisprudentie diende te leiden tot bewijsuitsluiting". Zo een verweer zou ook niet voor het eerst in cassatie kunnen worden gevoerd (vgl. HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3081, NJ 2009/350, rov. 3.2). Voor zover het middel klaagt dat het Hof de desbetreffende verklaring van de verdachte in strijd met in de bedoelde Salduzrechtspraak van de Hoge Raad gegeven voorschriften voor het bewijs heeft gebezigd, stuit het op het voorgaande af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c973cbedcd49e4d52ddb9fdd7c550d3f9d3b378d358bb54c735ff5727c04c0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c973cbedcd49e4d52ddb9fdd7c550d3f9d3b378d358bb54c735ff5727c04c0d, en de alinea staat in dat document op bytes 14367 tot 15356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c973cbedcd49e4d52ddb9fdd7c550d3f9d3b378d358bb54c735ff5727c04c0d | shasum -a 256