Citaat | Hoge Raad 1 april 2014

Onder 2.5.1. Hoge Raad 1 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:770.

In haar conclusie stelt de Advocaat-Generaal de vraag aan de orde of nog langer ervan kan worden uitgegaan dat de verdachte niet het recht heeft zich tijdens zijn verhoor door de politie te laten bijstaan door een raadsman. De Advocaat-Generaal beantwoordt deze vraag ontkennend en leidt dit recht op "verhoorbijstand" af uit recente rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), in het bijzonder uit de uitspraak van het EHRM van 24 oktober 2013, nrs. 62880/11, 62892/11 en 62899/11 (Navone e.a. tegen Monaco), alsmede uit de recente Richtlijn nr. 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PbEU L 294).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c973cbedcd49e4d52ddb9fdd7c550d3f9d3b378d358bb54c735ff5727c04c0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c973cbedcd49e4d52ddb9fdd7c550d3f9d3b378d358bb54c735ff5727c04c0d, en de alinea staat in dat document op bytes 16068 tot 17063.